Een warmtepompinstallatie onttrekt warmte uit de omgeving (lucht, bodem of grondwater) en zet deze warmte (die een relatief lage temperatuur heeft) om naar een voldoende hoge temperatuur voor de verwarming van woningen en/of de productie van sanitair warm water. De warmte kan uit de omgeving worden gehaald door collectoren, sondes, luchtkanalen enz.
Een compressor in de warmtepomp zet deze warmte om naar een hogere temperatuur en geeft ze door aan de verwarmingselementen in de woning, zoals bv. vloerverwarming. De compressor, in feite het belangrijkste deel van de warmtepomp, verbruikt elektriciteit om de temperatuur te verhogen. Dit is het 25 % energieverbruik van de warmtepomp. De overige 75 % wordt uit de natuur gehaald en is gratis.”

