ErP-richtlijn: vereenvoudiging en vergelijkbaarheid?

De tweejarige overgangsfase van de ErP-richtlijn eindigt in september 2015. Het doel van de richtlijn bestaat erin om de energie-efficiëntie van energiegerelateerde producten te verhogen door bindende minimum efficiëntienormen.

Met deze EU-eis wordt verplichte etikettering van verwarmingstoestellen ingevoerd. Fabrikanten van HVAC producten en architecten en studiebureau’s zijn verplicht om de introductie en implementatie van de ErP-richtlijn te ondersteunen. Vaillant is een ondersteunende partner in dit proces door de ErP kwestie voor iedereen begrijpelijk en toegankelijk te maken. Christian Rosier, projectmanager en ErP-specialist bij Vaillant legt uit hoe de nieuwe richtlijn architecten en studiebureau’s beïnvloedt.

ErP is een onderwerp met toenemend belang. Wat houdt dat precies in?

De ErP-richtlijn over "Energie-gerelateerde producten", uitgegeven door de Europese Commissie, zal in werking treden met ingang van 26 september 2015. De ErP-richtlijn definieert bijvoorbeeld de minimale efficiëntie van energieverbruikende producten. Producten moeten na de ingangsdatum van de richtlijn op de markt aan deze eis voldoen. De basis voor de ErP-richtlijn is het doel van de Europese Unie om de CO2-uitstoot te verminderen. De richtlijn wordt verondersteld om de productie en het commercialiseren van zeer energie-efficiënte apparaten te bevorderen. Een energielabel op de toestellen creëert transparantie voor de eindgebruiker met betrekking tot de energiewaarden.

Zal de ErP-richtlijn de markt veranderen?

Sommige apparatenzullen niet in staat zijn om aan de minimale efficiëntie-eisen te voldoen en zullen daarom niet meer worden geproduceerd vanaf 26 september 2015. Dit feit zal de overgang van traditionele verwarming naar duurzame verwarming aanzienlijk versnellen.

Welke producten worden beïnvloed door de richtlijn?

Momenteel betreft het de productcategorieën, beter bekend als LOT’s, verwarmingstoestellen (LOT 1), waterverwarmers(LOT 2) en warmwaterboilers & buffervaten(eveneens LOT 2). Sinds 2013 is deze regelgeving van toepassing op airconditioningsystemen en externe pompen. Vanaf september 2015 zal de regelgeving ook gelden voor ketels, waterverwarmers, warmwaterboilers & buffervaten. Hetzelfde geldt voor wandhangende en vloerketels op gas, stookolie of elektriciteit, in aanvulling op warmtepompen en WKK-units.

Doorstroomwaterverwarmers op gas of elektriciteit zijn ook opgenomen in het label. Het label geldt voor verwarmingsketels en waterverwarmers met een vermogen tot 70 kW en vaten met een capaciteit tot 500 liter. Andere productcategorieën zullen in de toekomst worden toegevoegd (ventilatietoestellen of verwarmingsapparaten met vaste brandstoffen zoals hout of pellets), waarschijnlijk vanaf 2016.

Worden bestaande toestellen ook beïnvloed?

Nee, de regels gelden alleen voor apparaten en systemen die voor het eerst op de markt zijn gebracht vanaf 26 september 2015.

Vooral verwarmings- en koelsystemen zijn onderworpen aan de nationale en klimaatspecifieke criteria? Heeft categorisering door middel van een gestandaardiseerd systeem nog zinvol?

De specifieke technische waarden worden bepaald voor drie verschillende klimaatzones (koude, gematigde en warme klimaatomstandigheden). Deze klimaatzones worden gevisualiseerd op het energielabel, waar de evaluatie van het product op gebaseerd is.. Om een vergelijking mogelijk te maken zijn de specifieke waarden op het etiket en in de technische gegevens vastgelegd op basis van vooraf vastgelegde, specifieke klimaatcondities. Oftewel, de waarde is alleen een benaderende indicatie van de werkelijke energie-efficiëntie op de plaats waar het toestel geïnstalleerd is.

In hoeverre zullen architecten en studiebureau’s worden beïnvloed door de richtlijn?

Het label zal in geen geval een vervanging van deskundig advies en ontwerp zijn. Architecten en studiebureau’s zijn vooral betrokken bij het voorbereiden van samengestelde systemen. Deze moeten in de toekomst berekend en gedocumenteerd worden op basis van rendementsklassen. Deze samengestelde systemen, bestaande uit verschillende enkelvoudige producten zoals een verwarmingsketel, een buffervat en een systeem op zonne-energie, zijn onderworpen aan speciale etiketteringvoorschriften. Leveranciers van dergelijke samengestelde systemen - in veel gevallen groothandelaren of de installateurs zelf - moeten een systeemlabel opmaken, voorzien van de nodige berekeningen.

Wie is verantwoordelijk voor het verstrekken en controleren van de gegevens?

Alle relevante gegevens met betrekking tot individuele toestellen moeten door de fabrikanten worden verstrekt in de vorm van energielabels en technische productfiches. De uitvoering van de ErP-richtlijn is de verantwoordelijkheid van de op de markt toezichthoudende autoriteiten. In Duitsland werd deze taak gedelegeerd aan de deelstaten van Duitsland (Länder) die verantwoordelijk zijn voor het operatieve ontwerp van hun controlefunctie.

Zal de richtlijn de vrijheid bieden bij de planning en het ontwerp?

De ErP-richtlijn geldt voor de efficiëntie van enkele toestellen. In het algemeen zal het dus nog mogelijk zijn om alle combinaties van systemen toe te passen die vandaag de dag mogelijk zijn. Producten die niet meer kunnen worden verkocht als gevolg van de ErP-richtlijn zullen niet langer deel uitmaken van een systeem.

De richtlijn lijkt nogal ingewikkeld te zijn. Zullen de specificaties de planning en de beslissing toch vereenvoudigen bij het kopen van een product?

Ja en nee. Ja, omdat de meeste complexiteit wordt gedragen door de fabrikant. De uiteindelijke beslissing om tot aankoop over te gaan zal worden vereenvoudigd door de aanvullende informatie en een verhoogde transparantie. En nee, deze vereenvoudiging en vermeende vergelijkbaarheid van verschillende technologieën geven het risico van verkeerde interpretatie. Het is niet altijd het geval dat het product met de beste efficiëntieklasse volgens het energielabel de beste keuze is voor de eindgebruiker. Er moet altijd rekening worden gehouden met de specifieke installatievoorwaarden. Het advies van de technische planner is nog steeds onmisbaar!

Over de geïnterviewde:

Dr. Christian Rosier is projectmanager bij Vaillant. Na afronding van zijn studie werktuigbouwkunde aan de RWTH Aachen bekleedde hij verschillende functies in de industriële- en consulting bedrijven, voordat hij in 2011 bij de Vaillant Group kwam.