Grondboringen voor geothermische warmtepompen: types, afstand & plaatsing.

Warmtepompen die werken met grondboringen gebruiken de constante temperatuur van de ondergrond om efficiënt te verwarmen en te koelen. We noemen ze ook geothermische warmtepompen, bodem/water-warmtepompen, grond/water-warmtepomp of soms aardwarmtepompen. In tegenstelling tot lucht/water-warmtepompen, die warmte uit de buitenlucht halen, onttrekt een geothermische warmtepomp energie aan de bodem via buizen die in de grond worden geplaatst.
Buiteninstallatie
Welke types boringen zijn er?
- Verticale boringen
- Horizontale boringen

Bij verticale boringen worden één of meerdere diepe gaten geboord, van 80 tot 150 meter, vaak rond 100 meter diep. In elk gat wordt een lus van kunststofbuizen geplaatst waardoor een mengsel van water en antivries stroomt. Dat mengsel neemt warmte op (=captatie) uit de bodem en transporteert die naar de warmtepomp binnen. Het grote voordeel van verticale boringen is dat ze weinig ruimte innemen en een constant hoog rendement blijven leveren, in elk seizoen.


Hoeveel boringen zijn er nodig?
Het aantal boringen hangt af van de warmtevraag van de woning en de bodemgesteldheid. Een gemiddelde woning heeft doorgaans 2-3 boringen nodig. In projecten met een groter vermogen of minder warmtegeleiding in de bodem kunnen dat er drie of meer zijn.
Elke boring levert een bepaalde hoeveelheid energie op, afhankelijk van de diepte (bijvoorbeeld 50 W per meter boring). Om tot een juist ontwerp te komen, wordt een geothermische studie uitgevoerd.
Voor horizontale opvang hangt de benodigde oppervlakte voornamelijk af van de warmtebehoefte van het gebouw.


Waar worden de boringen geplaatst?
In de overgrote meerderheid van de gevallen worden de boringen buiten uitgevoerd. Dat kan in de tuin, de oprit of een strook naast de woning. De exacte locatie hangt af van de toegankelijkheid voor het boorplatform, de ondergrondse leidingen en de afstand tot de binnenunit van de warmtepomp.
De sondes worden na de boring volledig ondergronds weggewerkt. Bovengronds blijft enkel de aansluiting naar het collectornet zichtbaar, dat vervolgens naar binnen wordt geleid. Het terrein kan daarna opnieuw worden aangelegd met weinig tot geen visuele impact.


Welke afstand moet je houden tussen de boringen en tussen de installatie?
Tussen twee verticale boringen wordt doorgaans een minimale afstand van 6 meter aangehouden om te voorkomen dat ze elkaar thermisch beïnvloeden. De boringen kunnen in principe vrij dicht bij de woning of de binnenunit geplaatst worden, meestal op 2 tot 5 meter afstand. Wel is het belangrijk dat de leidingen goed geïsoleerd zijn en beschermd worden tegen vorst.
Bij grotere installaties, met meerdere boringen of met open bron, gelden specifieke richtlijnen die door de studiebureau’s of geothermische experts bepaald worden.
Veelgestelde vragen
Heb je nog vragen? Wij hebben de antwoorden.
Disclaimer: Voor de duidelijkheid en consistentie in dit artikel gebruiken we de term ‘horizontale boringen’. In de praktijk wordt er bij dit type installatie echter niet geboord, maar gegraven. De correcte term is ‘horizontale captatie’.




